1967 -1987

 

Ondertussen verzachtte de spanningen aan de oevers van het Suez kanaal niet. Ook niet na de dood van Nasser in 1971 toen Anouar Al Sadat aan de macht kwam.

In tegenstelling tot Nasser die de koning van de Arabische wereld wou worden en balanceerde tussen pragmatisme en ideologie, rekenend op de steun van de Soviet Unie, was Sadat een puur pragmaticus. Hij trachtte te redden wat hij kon tussen Egypte en de VS, om niet volledig afhankelijk te zijn van Moskou. Sadat liet niet na te herhalen dat hij de Sinai wou terugkrijgen van IsraŽl, en, indien de diplomatieke weg niet voldoende blijkt zou hij overgan tot militaire actie. In het begin van de jaren í70 ondernam hij verscheidene militaire acties die de IsraŽlische defensie op de proef stelden. In het geheim bouwde hij zijn leger uit tot een niveau dat aanzienlijk indrukwekkender was dat van Nasser.

Op 6 oktober 1973, op de Joodse vastendag Yom Kippur vallen Egypte en SyriŽ aan. De Egyptische president Sadat probeert de SinaÔ-woestijn te heroveren, maar IsraŽl weet zijn leger tegen te houden. De Arabische landen verenigen zich, met als gevolg een olieboycot tegen met IsraŽl bevriende landen. Dit leidde tot de eerste oliecrisis. Hierop begint de Amerikaanse Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger, bestandsonderhandelingen tussen IsraŽl en zijn buurlanden. Dit luidde het begin in van de eerste diplomatieke onderhandelingen in het Midden Oosten sinds 1948.  ďVanaf het begin van de oorlog had ik besloten die kans aan te grijpen om het vredesproces op gang te brengenĒ schreef Henry Kissinger later in zijn memoires. De uitdrukkinng ďvredesproces in het Midden OostenĒ blijft geassocieerd aan de naam van de Amerikaanse Staatssecretaris en zijn medewerkers: ďWe moeten eerst het einde van de gevechten bekomen, en dit dan gebruiken als basis van onze diplomatieke actie.Ē

De onderhandelingen tussen IsraŽl en haar buren vinden plaats onder begeleiding van Kissinger, later president Jimmy Carter en zijn Staatssecretaris Cyrus Vance. Een ongekend gebaar vindt plaats: de Egyptische premier Sadat spreekt de Knesset, het IsraŽlische parlement, toe op 19 november 1977 om deze tot vrede te bewegen. Hierop komen Egypte en IsraŽl samen in Camp David, het buitenverblijf van de Amerikaanse president, om over vrede te praten. Het voorstel is dat op tafel ligt houd in dat IsraŽl de SinaÔ-woestijn teruggeeft over een periode van vier jaar terug in ruil voor erkenning en vrede. Het akkoord dat beide landen sluiten, voorziet ook in autonomie voor de Palestijnen, maar die willen niet meedoen aan de onderhandelingen. In 1978 worden de Camp David akkoorden getekend, en op 26 maart 1979 het vredesverdrag met Egypte.

De Arabische landen, op Oman na, verbreken uit woede over het akkoord, de betrekkingen met Egypte.

Vele IsraŽli hopen dat dit het begin is van een reeks vredesverdragen met de buurlanden. De verdragen hebben echter weinig effect op de dagelijkse relaties tussen de twee staten. Ze glijden af in wat vaak een ďkoude vredeĒ genoemd wordt.

 

Ondanks dat de IsraŽli niet het warme onthaal kregen dat ze verwachte, begonnen de mensen toch aan andere dingen te denken dan simpelweg overleven. Men begon aandacht te schenken aan de inherente problemen van de sociale structuur van het land. Het merendeel van de grote firmaís was genationaliseerd en de overheid participeerde in bijna elke sector van de economie; maar de fiscale politiek van de socialistische overheden droeg bij tot een jaarlijkse inflatie van bijna 100%. Deze situatie bevoordeelde diegenen die een comfortabele aandelenportefeuille hadden. De kloof tussen de verschillende klassen vergrootte. De ashkenazische Joden van Europese afkomst verrijkten zich, terwijl de rest verarmde.

Om de situatie te controleren nam de regering Begin regelmatig toevlucht tot voedselrantsoenen. In  1981 leefden 100í000 IsraŽli onder de armoedegrens.

In de kranten begon men aan te geven dat men de regering Begin de slechtste was sinds 1948. Aangezien 1981 een electoraal jaar was trachtte Begin te redden wat hij kon. Hij verlaagde de importtaksen drastisch en duizenden IsraŽli repten zich naar de winkels om televisies enz. te kopen. Tezelfdertijd verkocht de staat haar reeds geslonken buitenlandse deviezen om de koers van de Shekel te stabiliseren. De overheid herwon een stuk van haar populariteit, maar economisten en de oppositie schreeuwden om de economische zelfmoord.

Niets kan een regering helpen zoals een militair succes dat kan. In juni 1981 bombardeerden 6 IsraŽlische F-16ís de door Frankrijk gebouwde nucleaire installatie van Irak. Terwijl de IsraŽli zichzelf feliciteren reageert de rest van de wereld unaniem afwijzend. De Verenigde Staten kwalificeert de aanval als ďextreem verontrustendĒ.

Drie weken later had de regering van Begin een beter resultaat en werd herkozen. Om zijn nieuwe regering te vormen maakte hij een alliantie met de ultra orthodoxen naast de normale rechtse partners van Likoud. Het ministerie van religieuze zaken ziet haar budget met meer dan 400% stijgen, hetgeen de niet-praktiserende meerderheid van de bevolking de regering niet in dank afneemt.

Het verschijnen van Ariel Sharon op het politiek toneel ging onopgemerkt voorbij. Toch zou dit later de meest ingrijpende beslissing van de regering te zijn.

Reeds vanaf het eerste mandaat van Begin heeft Sharon zich voorstander getoond van een snelle inplanting van Joodse kolonies in de veroverde gebieden. In 1981 was het aantal kolonisten verdrievoudigd tot 18í000, de meeste waren idťologische kolonisten. Dit was echter nog steeds ver van het beoogde aantal van 300í000.

Daarom begon de overheid een andere tactiek. Er werden woonwijken geconstrueerd bestemd voor de middenklasse die niet politiek geÔnspireerd was, en slechts een degelijke woonplaats zochten niet ver van hen werk.

Aangetrokken door de goedkope woningen aangeboden door de overheid kwamen vele inwoners van Tel Aviv en Jerusalem naar steden zoals AriŽl of Maale Adumim. Al die maatregelen kostten miljarden dollars en verergerden nog de economische problemen van IsraŽl.

Gelukkig was de rust aan de grens herwonnen. De laatste kolonisten in de SinaÔ waren ondanks hevige tegenstand teruggetrokken in april 1982. Er waren geen problemen meer aan de Egyptische grens, zelfs niet toen Sadat in 1981 vermoord werd door fundamentalistische Egyptenaren.

Elke ochtend rond 09:30 kwam een Jordaanse soldaat in helderblauw uniform met een pakketje tot het midden van de Allenby brug, over de Jordaan op de IsraŽlisch Ė Jordaanse grens. Van de andere kant kwam een in kaki geklede IsraŽlische soldaat. Zonder een woord uit te spreken wisselden ze de pakjes om en keerde terug naar hen respectievelijke landen. De IsraŽli nam de Jordaanse kranten mee terug, de Jordaan nam de IsraŽlische kranten terug mee. In Jerusalem enTel Aviv publiceerden de kranten de Jordaanse televisieprogrammaís en in Amman deed men exact hetzelfde met de IsraŽlische televisieprogrammaís. De twee landen waren officieel in oorlog, maar de bevolking interesseerde zich meer in de programmatie van Dallas of Dynasty op de televisiekanalen van de tegenstander.

Terwijl het aan de zuidelijke en oostelijke grens rustig was, kon hetzelfde niet gezegd worden van de noordelijke grens, sinds 1977 groeit het gewapende verzet van de PLO die sinds 1970 haar hoofdkwartier in Beiroet had.

Sharon begon openlijk te spreken van het ďopkuisen van LibanonĒ en er een ďonafhankelijke staat die in vrede is met onsĒ van te maken.

Hij wou Libanon binnenvallen om zo de PLO te verjagen en misschien zelfs de SyriŽrs te verjagen die 400í000 man in Libanon hadden om een einde te maken aan de ďchristelijke overheersingĒ

In januari 1982 krijgt Sharon carte blanche van Bťchir Gemayel, hoofd van de falangistische christenen in Zuid-Libanon. 

Op 6 juni 1982 vallen drie IsraŽlische divisies van in totaal 80í000 man Zuid-Libanon binnen om de PLO te verjagen, aanvankelijk met steun van de Sji'itische bevolking van Libanon, die genoeg heeft van de dominantie van de PLO.

 

Maandag 15 september, honderd en een dagen na het begin van de IsraŽlische invasie wordt Gemayel vermoord. Dit veranderde alles. Nadat het nieuws bekend geraakte verklaarde Ariel Sharon in de Knesset dat de beslissing genomen is met Begin om West Beirout in te nemen. Tot dan toe was het niet de bedoeling zo ver door te dringen en het Libanees leger zich te laten verzekeren van de controle van de stad en de ontwapening van de terroristen.

Op woensdag 16 september omsingelde het IsraŽlisch leger de kampen Sabra en Chatila. Volgens Ariel Sharon hadden de falangistische eenheden en Generaal Majoor Amir Drori, commandant van de IsraŽlische eenheden in het noorden een vergadering waarin beslist was dat ďde gewapende christelijke troepen Chatila vanuit het zuiden en het westen zouden benaderen om de terroristen op te zoeken en te ontwapenen.Ē Hij voegde eraan toe dat ďhet duidelijk gesteld was dat de burgers, en in het bijzonder de vrouwen, kinderen en bejaarden dienden gespaard te worden.Ē

Donderdag 17 september om 15:00 verzamelden 1í500 falangisten zich aan de luchthaven, op terrein gecontroleerd door de IsraŽli. Volgens een soldaat van het Libanees leger waren die milities voornamelijk samengesteld uit mannen afkomstig van Damur, Saadiyat en Nameh drie christelijke steden die aangevallen en belegerd zijn door de Palestijnen aan het begin van de burgeroorlog. Alvorens binnen te gaan zeiden de falangisten aan die soldaat: ďWe hebben lang op die dag gewachtĒ

Die dag zou drie dagen lang duren. Later zou Sharon voor een IsraŽlische rechtbank moreel verantwoordelijk geacht worden. Hoewel hij zelf niet het bevel gaf gebeurde het toch op terrein onder controle van het IDF, en had hij het moeten voorkomen.

Op 24 september manifesteren in Tel Aviv meer dan 400í000 mensen tegen de oorlog in Libanon, de grootste manifestatie die IsraŽl ooit gezien heeft.

Begin, van wie de gezondheid achteruit begon te gaan, kreeg meer en meer kritiek, en in 1983 trad hij af. Yitzhak Shamir nam de post over. Na de verkiezingen van 23 juli 1984 werd Simon Peres in een coalitie met Likoud eerste minister. Peres nam maatregels om de lonen en de prijzen te controleren om de record inflatie van 400% per jaar te beperken en slaagde erin die te reduceren tot 20%

Ook beval hij de bijna algehele terugtrekking van de troepen. Er werd een ďveiligheidszoneĒ van 30 kilometer geÔnstalleerd.

 

 

Terug naar de vorige pagina                                                  Terug naar inhoudsopgave                                                                  Volgende pagina

                                                                                                         Terug naar home