1967

 

Terwijl het in IsraŽl relatief rustig was, zonden de Verenigde Staten troepen naar Vietnam. China vroeg aan de Sovjet Unie om de spanning in het Midden Oosten op te drijven, om zo Washington er toe te drijven de bombardementen in Noord Vietnam te minderen en een vreedzame oplossing te vinden.

Moskou, overtuigd dat Washington geen twee conflicten te gelijk kon uitvechten, besloot haar belangen in het Midden Oosten te verdedigen en blies op de IsraŽlisch Ė Arabische wonden. Na het Brits besluit haar positie in Aden (Jemen) te verlaten en aan de vooravond van een pro-Sovjet beleid in SyriŽ en Egypte waren de Sovjet perspectieven gunstig. Egypte en SyriŽ werden overladen met Russische wapens. Op 12 mei 1967 gaf de Ambassadeur van de Sovjet Unie te CaÔro valse informatie aan de regering van Gamal Abdel Nasser betreffende een concentratie van IsraŽlische troepen aan de noordelijke grens, klaar om SyriŽ aan te vallen. De Ambassadeur verzond naar Moskou het volgende telegram: ďWij hebben aan de (Egyptische) overheid aangeraden alle nodige maatregelen te treffen.Ē

Die provocatie was bijna overdadig. De suprematie van Nasser leed in het buitenland onder de povere economische situatie waarin het land zich bevond. JordaniŽ en Saoedi-ArabiŽ verkneukelden zich in het feit dat hij slechts in staat bleek de spanningen aan de IsraŽlisch Ė Egyptische grens te verzachten door internationale troepen toe te laten in de SinaÔ. Bovendien hadden de Verenigde Staten in 1966 hen graanleveringen aan Egypte opgeschort omwille van de wapenwedloop waarin het land zich bevond. De Westerse financiŽle instellingen volgden en schortten hen leningen op. De werkloosheid en de tekorten maakten de onvrede onder de Egyptenaren enkel groter. Nasser zocht Ė en vond Ė de confrontatie met IsraŽl; het was de gelegenheid om de banden met zijn volk aan te zwengelen en zijn imago in de Arabische wereld te versterken.

Op 14 mei, twee dagen na de boodschap van de Ambassadeur organiseerde Nasser een militair defilť in CaÔro. Op 17 mei drong hij aan op de terugtrekking van de blauwhelmen uit de Sinai. U. Thant, de Secretaris Generaal van de VN gehoorzaamde. De IsraŽlische en de Egyptische troepen stonden oog in oog.

Op 22 mei zond Nasser torpedojagers voor de haven van Eilat om de toegang te versperren. Deze Casus Belli irriteerde zelfs de Sovjetunie omdat het de belofte van de maritieme naties gedaan in 1957 na de SinaÔ campagne om vrije doorgang te verlenen schond.

Frankrijk, toen de voornaamste wapenleverancier van IsraŽl, verzocht IsraŽl niet aan te vallen.  Generaal Eban, die in Frankrijk om steun ging vragen werd door Generaal De Gaulle ontvangen met de woorden: ďVerklaar niet de oorlog, schiet zeker niet als eerste. Als IsraŽl aanvalt zou het een ramp zijn. U moet de vier groten het laten regelen. Frankrijk zal vragen aan de Sovjet Unie een gunstig standpunt aan te nemen ten aanzien van IsraŽl.Ē Maar Moskou verwierp het pleidooi van de Fransen.

Voor IsraŽl had de algemene mobilisatie zware economische gevolgen, en een negatieve impact op de moraal, en kon niet lang duren. Generaal Rabin werd met een Zenuwinzinking opgenomen, of, volgens de officiŽle versie, voor een ďnicotinevergiftigingĒ en vervangen door Generaal Ezer Weizmann. De militaire staf was van oordeel dat de tijd in het nadeel speelde van IsraŽl.

Eban was voorzichtig en drong aan te wachten, een militaire overwinning kon zich omvormen tot een diplomatiek verlies.

Op 4 juni gaf Eban echter toe dat het nutteloos was langer te wachten. De Franse luchtbrug was onderbroken, terwijl de Sovjets de Arabische staten verder bleven bewapenen. Na een geheime stemming besloot de overheid in het offensief te gaan. Maandag 5 juni om 07:45 viel de IsraŽlische luchtmacht Egypte aan en vernielde in 500 raids 309 van Egypteís 340 vliegtuigen. De grootste luchtmacht in het Midden-Oosten was in rook opgegaan.

In 6 dagen verovert IsraŽl de Gazastrook op Egypte, de Golanhoogte op SyriŽ en de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op JordaniŽ. Veel van de daar wonende Palestijnen vluchten naar JordaniŽ.

Fatah kwam na de 6 daagse oorlog uit de ondergrondse beweging naar boven als de grootste en best georganiseerde van de groepen die de PLO vormden. In 1969 nam Fatah de PLO over als Arafat de voorzitter werd van het PLO uitvoerend comitť. De PLO was niet langer een soort van schijnorganisatie van de Arabische landen, die de Palestijnen stil diende te houden, maar een onafhankelijke nationalistische organisatie gebaseerd in JordaniŽ. Arafat ontwikkelde de PLO tot een staat in de staat met eigen militaire krachten. In 1970 ontstaat een burgeroorlog tussen de strijdgroepen van de PLO en het Jordaanse leger. King Hussein van JordaniŽ, verontrust door de guerrilla aanvallen en andere gewelddadige acties verdreef uiteindelijk de organisatie. Arafat trachtte een gelijkaardige organisatie op te bouwen in Libanon, maar werd deze keer verdreven door de IsraŽli. Hij slaagde erin de organisatie in leven te houden door het hoofdkwartier naar Tunis te verplaatsen.

Het is ironisch te vast te stellen dat de territoria veroverd in 1967 meer dan dertig jaar later de basis vormen van het plan Palestina op te delen in twee staten, een IsraŽlische en een Palestijnse. Indien JordaniŽ de Westbank had behouden en Egypte de Gazastrook was de Palestijnse droom van onafhankelijkheid waarschijnlijk nooit uitgekomen.

Reeds in augustus Ė september 1967 namen de PLO en 11 Arabische staten in Khartoum een resolutie aan gebaseerd op 4 traditionele weigeringen: geen vrede met IsraŽl, geen erkenning, geen onderhandelingen en geen toegevingen op de nationale rechten van de Palestijnen.

Met de hulp van de Sovjet Unie, die graag haar macht in het Midden Oosten zou zien toenemen, trachten ze hen militaire macht te vergroten om zo met harde hand hun doel te bereiken.

IsraŽl laat vanaf het einde van de oorlog weten dat de Arabische landen een deel van de in 1967 veroverde territoria kunnen terugkrijgen, met uitsluiting van Oost-Jerusalem. Dit aanbod laat het conflict tussen de minimalisten en de maximalisten dat het zionistme verdeelde sinds haar ontstaan. De controverse in IsraŽl liet verstaan dat dit aanbod ook intern niet eenvoudig zou aanvaard worden.

De VN reageert op 22 November met resolutie 242 waarin ze haar bezorgdheid uitdrukt betreffende de ernstige situatie in het Midden Oosten en vraagt voor de terugtrekking van de IsraŽlische gewapende troepen uit (de) gebieden bezet in het recent conflict. [1]

Verder benadrukt het de noodzaak voor ďachieving a just settlement of the refugee problemĒ.

 

 

[1] De twee officiŽle talen van de VN hebben beide een andere tekst. De Franse versie spreekt van "de gebieden bezet in het recent conflict", de Engelse versie spreekt van "gebieden bezet in het recent conflict".

 

Terug naar de vorige pagina                                                  Terug naar inhoudsopgave                                                                  Volgende pagina

                                                                                                         Terug naar home