1.3.        Wie is de (massa)communicator?

 

 

“The Mighty Mother, and her Son who brings The Smithfield Muses to the ear of Kings, I sing…,”

 

Alexander Pope[i]

________________________­­

 

 

Iedereen kan een communicator zijn. Een werkbare definitie van de massacommunicator is die van de Duitse psycholoog G. Maletzke: “elke persoon, groep of instelling die hetzij scheppend, hetzij vormgevend of controlerend, rechtstreeks of onrechtstreeks deelneemt aan de productie van massacommunicatieve boodschappen.”[ii]

 

Volgens F. Fearing kan men een hierin een onderscheid maken tussen pseudocommunicatoren en creatieve communicatoren.[iii]

 

De pseudocommunicatoren produceren zelf geen boodschap, maar spelen een rol als gate-keeper (portier, sluiswachter) en selecteren welke gebeurtenis de status van nieuws krijgt, wat dus wordt opgenomen in de media[1].

De creatieve communicatoren zoals journalisten, reporters, politici, schrijvers van boeken enz. produceren wel een boodschap.

 

De boodschapper  kan hieraan toegevoegd worden als de brenger van de boodschap. Dit kan bijvoorbeeld een nieuwsanker zijn, maar ook een expert of een Minister. Om een impact te hebben op de publieke opinie moet die voldoen aan drie intrinsieke kwaliteiten:

1. Personificatie van zekere waarden,

2. Competentie,

3. Een strategische positie.[iv]

Het lijkt dat niet het medium, noch de boodschap, maar de boodschapper de belangrijkste factor is voor de invloed van een bericht.[2]

De overheid is zeker een belangrijke boodschapper, en het gedrag van de media is, zoals Danie C. Hallin schreef:” . . . intimately related to the unity and clarity of the government itself, as well as to the degree of consensus in the society at large."[v]

Als de overheid een duidelijk en eenduidig standpunt inneemt, zal dit de grootste impact hebben. Anders volgen de media gewoon de wil van het volk, en schrijven wat het best verkoopt.

Is communicatie een instrument van de macht of geeft het uitdrukking aan de wil van het volk?



[1] ‘Media’ wordt hier gedefinieerd als het geheel van de moderne massamedia, de boodschapdragende ‘voorwerpen’ zoals kranten, tijdschriften, radio, tv, internet.

[2] Merk ter zake ook het gedrag van ‘Transnational Advocacy Networks (TANs)’ op zoals beschreven door Keck and Sikkink. 1998. Activists beyond borders. Ithaca: Cornell University Press. Zij spreken van leverage politics als TANs die te klein zijn de steun van een sterkere actor inroepen om een impact te maken.

 



[i] Alexander Pope (1728 – 1729) The Dunciad. In The Epistle wordt The Dunciad genoemd als het boek van een waarheid die doorgaans wordt verhuld (Out with it, DUNCIAD! Let the secret pass, / the secret toe each Fool, that he’s an Ass…’) zie ook Henk Romijn Meijer ‘Lof der rancune: de satire van Alexander Pope’, in Maatstaf (1983) nummer 10-II p 64-71

[ii] Gerhard Maletzke 1963, Psychologie der Massenkommunikation. Theorie und Systematik. Hamburg:

Verlag Hans-Bredow-Institut., p 45

[iii] F. Fearing (1964) Human Communication. In: L.A. Dexter & D.M. White (eds.), People, Society and Mass Communication. New York/London, 1964.

[iv] Linderman, The Mirror of War: American Society and the Spanish- American War, p. 52-59.

[v] Daniel C. Hallin, The "Uncensored War": The Media and Vietnam, New York: Oxford University Press, 1986, p. 213; alsook Ted Koppel, The Perils of Info-Democracy, New York Times, July 1, 1994, A25.

 

Terug naar vorige pagina                                                   Terug naar de inhoudsopgave                                                    Naar de volgende pagina

                                                                                                   Terug naar de startpagina