1.    Gebruik van taal en communicatie

1.1.         De ereplaats van de taal ‘an sich’ in het verhaal

 

“Taal is de wapenuitrusting van de menselijke geest en bezit zowel de trofeeën van het verleden als de wapenen van zijn toekomstige veroveringen”

 

Samuel Taylor Coleridge[i]

________________________

 

 

Dat het belangrijk is voor machthebbers om een taal goed te beheersen, en a fortiori, dat het niet beheersen van de lingua franca een handicap is, weet men al lang. Elke leider die begaan is met het lot van het volk zal er dan ook naar streven dat het die taal zo goed mogelijk beheerst.

Toen Mendelssohn in 1783 de pentateuch vertaald had naar het Duits, in Hebreeuws schrift, begonnen de Joden Duits te leren. In enkele decennia absorbeerden ze de seculaire cultuur, literatuur, filosofie en wetenschappen. Mendelssohn’s vertaling creëerde een intellectuele revolutie.[ii]

Maar niet enkel minderheidsgroepen ervaren het belang van de taal van de meerderheid te spreken. Ook voor de heersers is het belangrijk het volk in één taal te kunnen toespreken. Na de herovering van Spanje op de moslims in 1492 vroeg Koningin Isabella aan de beroemde grammaticus van Salamanque, Nebrija, een definitieve vorm van het Castiliaans vast te leggen. Hij antwoordde haar dat “taal altijd de macht vergezelt”[iii].

 

Het belang van taal wordt nog eens onderstreept door het goddelijk karakter dat aan de lingua franca gegeven werd. Pas aan het eind van de 18de eeuw werd door de successen van de vergelijkende grammatica en de indeling van de talen in families de goddelijke oorsprong van taal verworpen.[iv] Foucault noemde dit “de ontdekking van de talen”.[v] De impact hiervan mag niet onderschat worden, en verleidde Chateaubriand tot de uitroep:

 

“Helaas! Het geschiedde dat een diepere kennis van de geleerde taal van Indië (nvda het Sanskriet) ontelbare eeuwen heeft teruggevoerd in de nauwe kring van de bijbel. Goed dat ik weer gelovig was geworden voordat ik deze kastijding moest ondergaan.”[vi]

 

De ‘diepere kennis’ bracht een wijziging van focus teweeg. “… de studie van het Sanskriet en de expansieve stemming van het einde van de 18de eeuw leken het vroegste begin van de beschaving … te hebben verplaatst naar een gebied ver ten oosten van het bijbelse land”. Wat men overhield was “de intellectuele noodzaak van de Oriënt voor de westerse onderzoeker van talen, culturen en godsdiensten”.[vii] Sommige schijvers merkten op dat het Sanskriet eenvoudigweg de plaats kon innemen van het Hebreeuws. Al in 1804 tekende Benjamin Constant in zijn “Journal Intime” op dat hij het niet over India zou hebben in zijn “De la réligion”, omdat de Engelsen die het bezaten en de Duitsers die het onvermoeid bestudeerden, van India de fons et origo[1] van alles hadden gemaakt; en dan waren er ook nog de Fransen die na Napoleon en Champollion hadden besloten dat alles voortkwam uit Egypte en de nieuwe Oriënt.[viii] 

Zo heeft de analyse van de taal een duidelijke invloed gehad op de manier waarop we naar de wereld kijken. Maar het gebruik van taal op zich al verandert de wijze waarop we denken.

De ontwikkeling van de syntactische moderne taal was een cruciaal punt in de evolutie van de mens. Pas dan kon men voor het eerst echt communiceren, vooruitdenken en plannen. Het onderscheidde de homo sapiens van de andere soorten,[2] en faciliteerde  zijn overleving op een moment van bottlenecking: slechts enkele duizenden mensen overleefden het begin van de laatste ijstijd, zo’n 75’000 jaar geleden.[ix]

 

De ontwikkeling van het schrift was de volgende revolutie. Als je een verhaal tracht neer te schrijven wordt de structuur van je betoog nog belangrijker. Ook stel je jezelf bloot aan minutieuze analyse en kritiek van anderen. Het is al vaak opgemerkt dat veel van de grootste filosofen zelf nooit een woord op papier hebben gezet.

Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst, toegeschreven aan de Duitser Gutenberg omstreeks 1440, is het bovendien mogelijk ideeën in grote oplage te verspreiden. De enige belemmering was de taal. Een ware revolutie was het gevolg. “De interactie tussen verschillende wetenschappelijke disciplines werd bevorderd en het onderwijs kreeg een ongelooflijke stimulans. De moderne talen kwamen tot ontwikkeling (grammaticaal en taalkundig) en verdrongen het Latijn. Plotseling werd het mogelijk nieuwe ideeën en stromingen snel te verspreiden. Pamfletten en later de kranten groeiden uit tot de eerste massamedia.”[x]

Ook de bijbel werd vertaald. Na Luther in 1535, en de Engelse “King James Version”  van 1611 werd in 1637 ook in de Nederlanden een officiële vertaling gemaakt. In de eerste 20 jaar al zouden zo’n 500’000 exemplaren gedrukt worden.

Hoewel dit al een aanzet gaf tot een uniforme Nederlandse taal zou het duren tot laat in de 2de helft van de 20ste eeuw voor het Nederlands “volwassen” wordt en de meeste mensen het Algemeen Nederlands spreken. Er is geen taal die zichzelf opdringt, die beter is dan de andere. De talen die groot zijn geworden zijn dat omdat ze een politieke of retorieke steun hadden. Die politieke steun op zich is echter niet voldoende om ook een politieke kracht te geven aan die taal. Dat gebeurt pas als er ook een demografisch gewicht achter zit.[xi]

 

Vandaag heeft het Engels als lingua franca alle andere talen verdrukt.

In die context valt op te merken dat als men een volk wil aanvallen men ook soms de taal als minderwaardig klasseert. Zo is bijvoorbeeld wel gezegd dat het Arabisch als taal een gevaarlijke ideologie is. Een veel aangehaald werk ter zake is E. Shouby’s opstel “De invloed van de Arabische taal op de psychologie van de Arabieren”[xii]. Het werk wordt veel geciteerd omdat hij als psycholoog als een autoriteit ter zake kan beschouwd worden en als Arabier een kritiek ‘van binnenin’ levert.

 

Hoewel de taal an sich belangrijk is, is het toch vooral een middel om een boodschap over te brengen, om te communiceren, en de moderne media stellen de mens meer dan ooit in staat om in geen tijd een enorme massa te bereiken en de taal als instrument van de macht te zien.



[1] Bron en oorsprong

[2] De Homo Afarensis kon door de ontwikkeling van de achillespees al rechtop lopen, de Homo Erectus kon omgaan met vuur en stenen werktuigen maken. Beide soorten zijn uitgestorven, en slechts één ras bleef over: de homo sapiens



[i] Samuel Taylor Coleridge Biographia Literaria, hoofdstuk 16 in Selected Poetry and Prose Coleridge. Red. Donald A. Stauffer (New York, Random House 1951) p 276 - 277

[ii] David Rudavsky (1967) Modern Jewish Relegious Movements, Revised 3rd Edition Behrman House, New York, p 70

[iii] Geciteerd in Géopolitique Revue de l’Institut International de Géopolitique, Trimestrieel tijdschrift Novembre-Décembre 2007-Janvier 2008 – N° 100, p 27

[iv] Edward W. Said,  Orientalisten ,Nederlandse vertaling 2005, Mets en Schilt uitgevers, Amsterdam, p 182

[v] Michel Foucault, The Order of Things, 290-300. Behalve de paradijselijke oorsprong van taal werd ook een aantal andere gebeurtenissen – de zondvloed, het bouwen van de Toren van Babel – als uitleg in twijfel getrokken. De uitvoerigste geschiedenis van theorieën van linguïstische oorsprong Arno Borst, Der Turmbau von Babel: Geschichte der Meinungen über Ursprung und Vielfalt der Sprachen und Völker, 6 delen (Stuttgart: Anton Hiersemann, 1957 – 1963).

[vi] François René de Chateaubriand; geciteerd door Raymond Shwab, La Renaissance Orientale (Parijs : Payot, 1950), p 69. « Hélas ! Il est arrivé qu’une connaissance plus approfondie de la langue savante de l’Inde a fait rentrer ce siecles innombrables dans le cercle étroit de la bible. Bien m’en a pris d’être redevenue croyant, avant d’avoir éprouvé cette mortification. » Vertaling en interpretatie terug te vinden in Orientalisten van Edward W. Said, Nederlandse vertaling 2005, Mets en Schilt uitgevers, Amsterdam, p 183

[vii] Edward W. Said,  Orientalisten ,Nederlandse vertaling 2005, Mets en Schilt uitgevers, Amsterdam, p 183 - 184

[viii] Benjamin Constant, Oevres, red. Alfred Roulin (Parijs : Gallimard, 1957), 78

[ix] Stephen Wells, Geneticus, in een aflevering van National Geographic Channel: Earth Investigated

[x] Els De Bens & Karin Raeymackers, De pers in België, LannooCampus 2007, p 17 - 19

[xi] Claude Hagège in Géopolitique Revue de l’Institut International de Géopolitique, Trimestrieel tijdschrift Novembre – Décembre 2007 – Janvier 2008 – N° 100, p 27

[xii] Oorspronkelijk gepubliceerd in Middle East Journal 5 (1951). Opgenomen in Readings in Arab Middle Eastern Societies and  Cultures, red. Abdulla Lutfiyye en Charles W. Churchill (Den Haag: Mouton & Co., 1970), 688-703

 

Terug naar vorige pagina                                                   Terug naar de inhoudsopgave                                                    Naar de volgende pagina

                                                                                                  Terug naar de startpagina